Taks op de effectenrekeningen in werking getreden, maar voor hoelang?

Vakartikels

In het kader van de grote fiscale hervorming van eind vorig jaar ingevolge het Zomerakkoord van 26 juli 2017 heeft de regering ook gehoor willen geven aan de roep naar een meer rechtvaardige fiscaliteit.  Als alternatief op een meerwaardebelasting is daar uiteindelijk na veel debatten een belasting op effectenrekeningen uit voortgekomen, ingevoerd bij een afzonderlijke wet van 7 februari 2018 houdende invoering van een taks op de effectenrekeningen (B.S., 9 maart 2018, p. 19.476). De nieuwe taks werd geïntegreerd in het Wetboek diverse rechten en taksen, waarin o.m. ook de beurstaks opgenomen is. Concreet gaat het om een jaarlijkse taks van 0,15% op de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten die op één of meerdere effectenrekeningen geboekt staan.

Taks op effectenrekening

Belastingplichtigen

De taks is enkel verschuldigd door natuurlijke personen. Rijksinwoners zijn belastbaar op al hun effectenrekeningen, bij welke financiële tussenpersoon binnen of buiten België deze rekeningen ook gehouden worden. Niet-inwoners van België zijn enkel belastbaar op de effectenrekeningen gehouden bij in België opgerichte of gevestigde tussenpersonen.  

Belastbare basis

De taks is enkel verschuldigd door de titularis-natuurlijke persoon indien zijn of haar aandeel in de gemiddelde waarde van de belastbare financiële instrumenten tijdens de referentieperiode 500.000 EUR of meer bedraagt, in welk geval de taks dan op de volledige waarde van die instrumenten toepasselijk is (niet enkel het deel boven 500.000 EUR). De taks bedraagt dus minimaal 750 EUR per jaar. 

De referentieperiode is een periode van 12 opeenvolgende maanden die start op 1 oktober en eindigt op 30 september. Op de laatste dag van elk kwartaal ('referentietijdstip') wordt een foto gemaakt van de waarde van de belastbare financiële instrumenten op de effectenrekening en de gemiddelde waarde over de referentieperiode (die minstens 500.000 EUR moet bedragen) wordt berekend door de waarde van elk referentietijdstip op te tellen en te delen door het aantal referentietijdstippen.

De eerste referentieperiode is gestart op 10 maart 2018 (d.i. de datum van inwerkingtreding van de wet, met name de dag na publicatie in het B.S.) en eindigt op 30 september 2018. Op 31 maart jl. werd dus reeds de eerste foto gemaakt (30 juni en 30 september volgen nog).

Belastbare financiële instrumenten

De wet somt de belastbare financiële instrumenten op die op de effectenrekening moeten ingeschreven zijn, nl. 

  • al dan niet beursgenoteerde aandelen, alsmede certificaten betreffende deze aandelen;
  • al dan niet beursgenoteerde obligaties, alsmede certificaten betreffende deze obligaties;
  • al dan niet beursgenoteerde rechten van deelneming in gemeenschappelijke beleggingsfondsen of aandelen in beleggingsvennootschappen, andere dan deze aangeschaft in het kader van een levensverzekering of een regeling inzake pensioensparen;
  • kasbons;
  • warrants.

Om manipulaties te voorkomen voorziet de wet dat belastbare financiële instrumenten ingeschreven op een effectenrekening die vanaf 9 december 2017 omgezet worden in niet-belastbare financiële instrumenten ingeschreven in een register van effecten op naam toch nog deel uitmaken van de belastbare basis, doch enkel voor de referentieperiode waarin de omzetting heeft plaatsgevonden. Omzettingen tussen 9 december 2017 en 10 maart 2018 zullen toegerekend worden aan de eerste referentieperiode die start op 10 maart 2018. 

Om dezelfde reden wordt elke inbreng van een effectenrekening met belastbare financiële instrumenten vanaf 1 januari 2018 in een rechtspersoon die aan de vennootschapsbelasting onderworpen is met als enig doel de taks te ontkomen terzijde geschoven, waardoor de inbrenger toch nog geacht wordt de titularis te zijn van de rekening. 

Betaling van de taks

Op het einde van elke referentieperiode (d.i. 30 september van elk jaar) maakt de financiële tussenpersoon bij wie de effectenrekening wordt gehouden een overzicht op van de gemiddelde waarde over de referentieperiode, de uiteindelijk verschuldigde taks, het tarief en mogelijks de reeds ingehouden taks. Uiterlijk op 31 oktober (d.i. de laatste dag van de maand na de referentieperiode) wordt dit overzicht aan de titularis medegedeeld.  Indien de gemiddelde waarde op een effectenrekening bij een financiële tussenpersoon 500.000 EUR bereikt, zal deze tussenpersoon de taks inhouden, aangeven en betalen, op een manier die bevrijdend is voor de titularis en dit tegen 20 december van elk jaar.

Hij zal dit ook doen, wanneer de titularis tegen 30 november geopteerd heeft voor inhouding van de taks ('opt-in'), ook al bereikt de betrokken effectenrekening niet de limiet van 500.000 EUR, hetgeen bijv. het geval betreft waarbij de titularis weet dat hij of zij wel voornoemde limiet overschrijdt met een of meerdere andere effectenrekeningen bij andere tussenpersonen.

Doet de titularis geen opt-in, dan zal de betrokken effectenrekening elektronisch moeten aangegeven worden door de titularis zelf en dit uiterlijk op de laatste dag voor indiening van de aangifte in de personenbelasting via MyMinfin. Bijzondere regels gelden, wanneer de effectenrekening wordt aangehouden bij een buitenlandse tussenpersoon.

Welk leven is de nieuwe effectentaks beschoren?

Reeds tijdens de parlementaire voorbereiding van de wet van 7 februari 2018 werd er hevig gedebatteerd over de vraag of de nieuwe taks wel in overeenstemming is met het grondwettelijk gelijkheids- en niet-discriminatiebeginsel. Sedert haar inwerkingtreding op 10 maart jl. werden al ettelijke procedures opgestart voor het Grondwettelijk Hof tegen de nieuwe taks.  De vraag rijst dus of de taks in haar huidige vorm wel een lang leven beschoren is en of de wetgever niet zal verplicht zijn de wetteksten bij te sturen.

Voor vragen over de effectentaks kan u terecht bij Marc De Munter van onze Consultingafdeling.