Toelichting bij het zomerakkoord inzake vennootschapsbelasting: deel 4

Vakartikels

In deze bijdrage bespreken wij het eerste deel van de maatregelen van de hervorming van de vennootschapsbelasting die in principe zullen ingaan vanaf 1 januari 2020 (aanslagjaar 2021). Wel merken wij op dat er nog (federale) verkiezingen zullen plaatsvinden vooraleer deze maatregelen effectief in voege treden. Het is dan ook niet volkomen ondenkbaar dat bepaalde maatregelen nog aangepast zouden worden na de verkiezingen. 

Zomerakkoord: deel 1

1. Verdere daling van het tarief van de vennootschapsbelasting (en de afschaffing van de crisisbijdrage)

De reeds ingezette daling van het tarief van de vennootschapsbelasting zal worden verdergezet, terwijl de aanvullende crisisbijdrage zal worden afgeschaft. Het tarief van de vennootschapsbelasting zal dan ook standaard 25% bedragen. Daarnaast zal er een KMO-tarief bestaan op de eerste schijf van 100.000 euro belastbare winst dat 20% bedraagt (mits bepaalde voorwaarden vervuld zijn1). 

(1) Toelichting van het zomerakkoord inzake vennootschapsbelasting deel 1

Boekjaren 2018 en 2019 2020
Standaardtarief 29,58% 25%
KMO-tarief
(eerste schijf van
€100.000 winst)
20,4% op de
eerste schijf van
€100.000 winst
20% op de
eerste schijf van
€100.000 winst

 

Bij vennootschappen met boekjaren die niet gelijk lopen met kalenderjaren, moet er opnieuw rekening gehouden worden met inwerkingtreding van deze maatregel, namelijk vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan boekjaren die ten vroegste aanvangen op 1 januari 2020. Een vennootschap met een boekjaar dat afsluit op 30 september 2020 zal bijvoorbeeld daardoor pas vanaf het boekjaar dat aanvangt op 1 oktober 2020 kunnen genieten van het lagere tarief.  

2. Verhoging van de afzonderlijke aanslag op het tekort voor bedrijfsleidersbezoldigingen van 5,1% naar 10%

In een eerdere bijdrage werd reeds toegelicht dat er een afzonderlijke aanslag kan zijn op het zogenaamde tekort van de bedrijfsleidersbezoldiging. Samengevat houdt de – jaarlijkse – afzonderlijke aanslag in dat er een belasting geheven wordt op het positieve verschil tussen enerzijds de hoogst toegekende bedrijfsleidersbezoldiging aan één van de natuurlijke personen-bedrijfsleiders en anderzijds 45.000 EUR (of het belastbaar resultaat, indien dat lager zou zijn dan 45.000 EUR). Deze afzonderlijke aanslag is ook van toepassing indien de vennootschap überhaupt geen natuurlijke personen-bedrijfsleiders heeft.  Waar deze afzonderlijke aanslag 5,10% bedraagt voor boekjaren 2018 en 2019, zal deze stijgen naar 10% vanaf 2020 (aanslagjaar 2021).

Een voorbeeld kan de gevolgen van deze afzonderlijke aanslag verduidelijken. Stel dat er drie vennootschappen zijn waar er geen enkele natuurlijke persoon-bedrijfsleider is aangesteld, en dat elk van de vennootschappen een belastbare winst maakt van 100.000 euro. In dat geval zal de afzonderlijke aanslag per vennootschap vanaf aanslagjaar 2021 €4.500,00 bedragen, of jaarlijks €13.500,00 bijkomende belastingen voor de gehele groep. Deze aanslag vormt wel een aftrekbare beroepskost in de vennootschapsbelasting.

Omgekeerd kan deze vennootschapsgroep ook jaarlijks €13.500,00 belastingen besparen door gepast in te spelen op deze maatregel en de nodige aandacht te besteden bij de samenstelling van het bestuursorgaan van de vennootschappen.Voor een meer uitgebreide toelichting van de afzonderlijke aanslag verwijzen wij naar onze eerdere bespreking(2).

(2) Toelichting bij het Zomerakkoord inzake vennootschapsbelasting deel 2

3. Rechtszekerheid met betrekking tot rekening-couranten – definitie ‘marktrente’ en ‘rentegevend voorschot’

Met betrekking tot rekening-couranttegoeden zijn er tot op heden twee belangrijke twistpunten. Ten eerste is er de vraag naar wat de marktrente voor dergelijke leningen is, en ten tweede zijn er over het begrip ‘rentegevend voorschot’ geregeld fiscale geschillen. Over beide punten heeft men vanaf aanslagjaar 2021 rechtszekerheid. De ‘marktrente’ voor creditsaldi op een niet-hypothecaire lening zonder vaste looptijd zal jaarlijks worden vastgesteld door de ‘MFI-rente’ (voor contracten gesloten in november van het voorgaande jaar) zoals bekendgemaakt door de NBB, te verhogen met 2,5%. Ter illustratie: de marktrente van een rekening-courant lening zou voor 2018 4,14 % bedragen. Ook moet opgemerkt worden dat deze bepaling niet van toepassing is op interesten betaald in het kader van een raamovereenkomst voor thesaurievennootschappen. 

Ook het begrip ‘rentegevend voorschot’ voor wat betreft de 1:1 ratio wordt vanaf aanslagjaar 2021 ingevuld als ‘vorderingen ten opzichte van de vennootschap en niet als geldlening’, waardoor de discussie over de kwalificatie van een uitstel van betaling als ‘geldlening’ overbodig wordt.

4. Wijzigingen fiscaal aangenomen afschrijvingen

Ook op het vlak van de afschrijvingen zijn er verschillende wijzigingen aangekondigd. Ten eerste zullen er op vaste activa verkregen of tot stand gebracht door vennootschappen vanaf 1 januari 2020 geen fiscaal degressieve afschrijvingen meer kunnen worden afgetrokken. Activa waarop reeds voor 1 januari 2020 degressief werd afgeschreven blijven evenwel buiten schot. 

Daarnaast zullen ook kleine vennootschappen met betrekking tot activa tot stand gebracht of verkregen vanaf 1 januari 2020 fiscaal de eerste afschrijvingsannuïteit pro rata temporis moeten toegepast worden, en zullen afschrijvingen op bij de aankoop komende kosten fiscaal enkel aangenomen worden hetzij aan hetzelfde ritme als het actief waarop de bijkomende kosten betrekking hebben hetzij voor het volledige bedrag in het jaar waarin de kosten werden gemaakt, hetgeen betekent dat er geen andere afschrijvingsperiode meer kan gehanteerd worden.  

Het kan wenselijk zijn om de boekhoudkundige afschrijvingen af te stemmen op de fiscale wetgeving daaromtrent.

  Activa voor 1 januari 2020 Activa na 1 januari 2020
Degressieve afschrijvingen In bepaalde gevallen Nee
Pro rata
afschrijvingen
eerste jaar

KMO: nee

Grote vennootschap: ja

KMO: ja

Grote vennootschap: 

ja

Afschrijvingsritme
bijkomende kosten

KMO: (1) eigen ritme,
(2) ineens in kosten,
(3) hetzelfde ritme als hoofdsom

Grote vennootschap:
hetzelfde ritme als hoofdsom

KMO: (1) ineens in kosten,
(2) hetzelfde ritme als hoofdsom

Grote vennootschap:
hetzelfde ritme als hoofdsom

 

5. Geen afschaffing van de vrijstelling van de meerwaarden op bedrijfsvoertuigen

In tegenstelling tot wat initieel werd aangekondigd door de Regering, is de vrijstelling van de meerwaarden op bedrijfsvoertuigen (mits tijdige herbelegging van de verkoopopbrengst) niet afgeschaft. Voor sectoren waar aanzienlijke meerwaarden op bedrijfsvoertuigen (zoals vrachtwagens, bussen, e.d.m.)  gangbaar zijn (zoals de transportsector of de bouwsector), is dit een belangrijke opsteker.

Voor meer informatie of vragen, contacteer Marc De Munter (Tax Partner) of Milan Swijngedouw